Wat de wet zegt
- Maximaal twee maanden kale huur. Een hogere borg mag de verhuurder bij woonruimte niet vragen (art. 7:261b lid 2 BW).
- Binnen 14 dagen terug. Na het einde van de huur moet de verhuurder de borg binnen veertien dagen terugbetalen (art. 7:261b lid 3 BW).
- Aftrek alleen voor aantoonbare kosten. Bij schade, of als je nog huur of servicekosten moet betalen, mag de verhuurder die verrekenen. Het restant moet dan binnen 30 dagen terug, en hij moet je schriftelijk een volledige specificatie van de kosten geven (art. 7:261b leden 3 en 4 BW).
Wie moet de schade bewijzen?
Is er bij het begin van de huur geen beschrijving van de woning gemaakt (een opleveringsrapport), dan gaat de wet ervan uit dat je de woning kreeg in de staat waarin je hem achterliet (art. 7:224 lid 2 BW). De verhuurder moet dan aantonen dat de schade tijdens jouw huur is ontstaan. Rechters wijzen vorderingen tot terugbetaling regelmatig toe als de verhuurder dat niet goed onderbouwt, bijvoorbeeld de kantonrechter in Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2025:7832) en in Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2026:3194).
Is er wel een beschrijving, dan lever je de woning op zoals die erin staat. Wat door ouderdom is versleten, hoef je niet te herstellen (art. 7:224 lid 2 BW).
Wat je kunt doen
- Vraag de verhuurder schriftelijk om de borg, of om de specificatie van wat hij inhoudt, met een redelijke termijn.
- Betaalt hij niet, dan kun je hem in gebreke stellen. Over een te laat terugbetaalde borg kan wettelijke rente verschuldigd zijn.
- Daarna kun je naar de kantonrechter. Daar heb je geen advocaat nodig.
Voor huurcontracten van vóór 1 juli 2023 kan het anders liggen. Lex kijkt naar jouw contract en jouw data.