De termijn
Je hebt zes weken voor een bezwaarschrift (art. 6:7 Awb). De termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit is bekendgemaakt (art. 6:8 lid 1 Awb). Kijk daarom naar de datum op de brief, niet naar de dag waarop je hem opende. Ben je te laat, dan wordt je bezwaar in de regel niet-ontvankelijk verklaard, tenzij je een goede reden hebt voor de vertraging (art. 6:11 Awb).
Wat erin moet
Een bezwaarschrift bevat in elk geval je naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen je bezwaar maakt en de redenen waarom je het er niet mee eens bent, en je ondertekent het (art. 6:5 Awb). Ontbreekt er iets, dan krijg je meestal de kans dat aan te vullen (art. 6:6 Awb). Krap in de tijd? Dien dan op tijd een kort bezwaarschrift in en vraag om de redenen later te mogen aanvullen.
Bijzondere gevallen
Voor belastingen en toeslagen geldt dezelfde termijn van zes weken. Voor verkeersboetes onder de Wet Mulder gelden eigen regels: daar stel je beroep in bij de officier van justitie. Lex kijkt welke regels voor jouw brief gelden.